Stop met praten over eigenaarschap

Waarom iedereen het wil, maar niemand het echt organiseert.

Een paar weken geleden zat ik met een managementteam aan tafel. Goed team. Slimme mensen. Betrokken ook. En toch liep het niet. Besluiten bleven liggen. Dingen werden half opgepakt. En ergens hing er een soort stroperigheid in de samenwerking. Op een gegeven moment zei iemand; Wat hier gewoon mist, is eigenaarschap.

De rest knikte. Herkenning. Opluchting bijna. Alsof het probleem eindelijk een naam had. Maar terwijl ik daar zat, dacht ik vooral; dit is niet het probleem — dit is het gevolg.

Want hoe langer we erover praatten, hoe duidelijker het werd. Dit team wilde echt wel. Niemand zat daar om dingen bewust te laten liggen.

 Maar ondertussen gebeurde er van alles:

  • Mensen keken toch nog even naar de manager voordat ze een besluit namen.

  • Vraagstukken werden nét lang genoeg besproken om ze niet zelf te hoeven oppakken. En als iets spannend werd, schoof het subtiel weer terug naar degene met de meeste verantwoordelijkheid.

Niet omdat ze geen eigenaarschap wilden nemen. Maar omdat het systeem er niet om vroeg.

En toen werd het interessant. Want als je goed keek, zag je iets anders gebeuren.

De manager — gedreven, betrokken — sprong regelmatig bij. Niet overdreven. Niet controlerend. Maar nét genoeg. Even helpen. Even richting geven. Even het probleem kleiner maken. En precies daar ging het mis.

Want elke keer dat hij het oploste, hoe goed bedoeld ook, gebeurde er iets onder de oppervlakte:

  • De lat verschoof.

  • De verantwoordelijkheid verschoof.

  • Het eigenaarschap verschoof.

Niet in één keer. Maar stukje bij beetje. Totdat het team onbewust had geleerd: als het echt lastig wordt, pakt iemand anders het wel op.

En dat is het punt waar het vaak schuurt. We praten over eigenaarschap alsof het een karaktereigenschap is.

Alsof sommige mensen het hebben en anderen niet. Maar eigenaarschap is geen persoonlijkheidskenmerk. Het is gedrag. En gedrag volgt altijd de context.

  • Als de verwachtingen vaag zijn, gaan mensen afwachten.

  • Als fouten worden afgestraft, gaan mensen op safe spelen.

  • Als iemand anders het toch oplost, waarom zou jij het dan doen?

Niet omdat mensen lui zijn. Maar omdat ze zich aanpassen aan wat werkt in de omgeving.

De vraag die ik dat team uiteindelijk stelde, was simpel; Wat doen jullie — misschien onbedoeld — waardoor mensen hier géén eigenaarschap nemen? Het werd stil. Niet omdat ze het antwoord niet wisten. Maar omdat ze het ineens wél zagen.

Eigenaarschap ontstaat niet omdat je het benoemt. Het ontstaat omdat je het organiseert.

  • Door glashelder te maken wat er verwacht wordt.

  • Door ruimte te geven — ook als het een keer misgaat.

  • En door gedrag serieus te nemen, niet vrijblijvend te laten.

Maar vooral; Door als leider te stoppen met oplossen, op het moment dat het eigenlijk niet meer van jou is. Want zolang jij het blijft dragen…zullen anderen het nooit echt oppakken.

Sindsdien kijk ik anders naar het woord eigenaarschap.

Niet omdat het onbelangrijk is. Maar omdat het te makkelijk wordt gebruikt als verklaring. Terwijl het bijna altijd een uitnodiging is om eerlijker te kijken naar hoe we het werk organiseren. En naar ons eigen gedrag daarin.

Volgende
Volgende

Zonder veiligheid geen wendbaarheid